Hamsterliefde… waarom nou hij, mama?

Sinds een half jaar hadden we een hamster. Inderdaad, je leest het goed: hádden. Want onze kleine vriend heeft het leven helaas gelaten, vorige week. Een schattige goudhamster die toch wel het vriendje was van mijn jongste zoon. Met een wel hele bijzondere naam (door zoon bedacht): Reus. Wát een plezier hebben we, in het half jaartje dat hij op deze aardbol mocht zijn, van Reus gehad. Zo schattig om te zien hoe hij ’s avonds, als een heus familielid, bij ons zat op de bank en zijn doppinda pelde met die lieve, kleine hamsterpootjes. Of zich uitgebreid waste. Als ik ’s avonds laat thuis kwam en iedereen op bed lag, dan hield hij de wacht. Nieuwsgierig stond hij op zijn achterpootjes en keek me aan met zijn glanzende kraaloogjes. Logisch, want hamsters zijn nachtdieren. Maar ook overdag kon mijn zoon hem prima uit zijn huisje halen. Hij liet zich als een ‘Joris Goedbloed’ oppakken, vond alles prima en was nooit chagrijnig. Hij was zó lief en zó schattig.

Hamstermassage

De eerste weken nadat de hamster in ons gezin werd geïntroduceerd vond mijn zoon hem nog behoorlijk pussy. Hij was wat bangig en kwam niet echt naar ons toe. Maar na twee maanden veranderde dit en begon Reus ons best aardig te vinden. En wij raakten zelf ook aan Reus gewend. Want… de hamster werd ook mijn ‘rustmomentje’ na een drukke dag. Ik pakte hem ’s avonds uit zijn kooi. Dan legde ik hem op mijn borst en aaide hem zachtjes over zijn koppie en kleine hamsterlijfje. Dat vond hij zo fijn, soms viel hij gewoon in slaap. Als mijn zoon bij oma sliep dan appte hij mij: of ik wel aan de hamster dacht! Tuurlijk jongen, geen probleem. De hamstermassage. Ik deed het met liefde…

Ongerust

Tot vorige week. Reus werd steeds dikker en sliep veel. Hij had al een aantal dagen niet geplast en gepoept en zag er allesbehalve fit uit. Zijn oogjes straalden niet meer. Zijn huidje was dof. Alle alarmbellen rinkelden. We waren ongerust en ik ging met Reus naar de dierenarts. Daar kreeg hij een prik om de ontlasting op gang te brengen en druppels. Zijn buikje was zo dik dat de dierenarts een tumor vermoedde. Het zat mij allemaal niet lekker. Ook omdat ik wist hoe jongste zoon (en ik inmiddels ook) er aan gehecht waren. Het bleek dat hamsters tumoren kunnen ontwikkelen en dat het best vaak voorkomt. Hoe sneu… Ik zag hoe het beestje steeds zieker werd en dat we hem waarschijnlijk niet konden redden. Ik struinde het internet af over hamsters en waar het allemaal aan kon liggen. Ondertussen was mijn zoon ontroostbaar. “Mama, waarom nu hij? Hij die nooit iemand kwaad heeft gedaan en zó lief is…” “Ja, inderdaad, waarom? Daar wordt niet om gevraagd in dit leven, lieverd. Zo gaat het nu eenmaal”, zei ik, met inmiddels ook een enorme brok in mijn keel.

Afscheid

Heel triest, maar we hebben ons kleine huisgenootje in moeten laten slapen. En ik moet bekennen dat ik er zelf ook beroerd van was. ’s Avonds hebben we afscheid genomen van Reus. Ik had nog een prachtig gouden parfumdoosje (schrale troost) en daar heeft mijn jongste zoon (hoe flink) het beestje ingedaan. Samen hebben we hem begraven in onze achtertuin. Hij heeft een mooi plekje gekregen naast onze hond. Het troost mijn zoon dat ze misschien toch nog een beetje samen zijn.

hamster-1000846-1